Het lijkt erop dat hun dikke verenkleed pinguïns beschermt tegen de Antarctische temperaturen van wel -60°C. Maar dat is niet waar! Het belangrijkste geheim is een speciale vetlaag, die bij...
Het lijkt erop dat hun dikke verenkleed pinguïns beschermt tegen de Antarctische temperaturen van wel -60°C. Maar dat is niet waar! Het belangrijkste geheim is een speciale vetlaag, die bij de keizerspinguïn, de grootste soort die in Antarctica leeft, wel 3 centimeter dik kan worden.
Dit vet vormt tot wel 30% van het lichaamsgewicht van een volwassen dier, zoals de Adéliepinguïn, en helpt hen te overleven in water met temperaturen tot wel -2°C. De dikke laag fungeert als een uitstekende isolator en vormt een barrière tussen de koude buitenomgeving en de lichaamswarmte.
Ook veren zijn belangrijk, maar op een andere manier. Ze sluiten strak aan en vormen een waterdichte barrière die voorkomt dat de vetlaag nat wordt. De ezelspinguïn heeft tot wel 70 veren per vierkante centimeter! Dat is vele malen dichter dan bij de meeste vliegende vogels, zoals meeuwen.
Hun poten en vleugels blijven koel dankzij een uniek circulatiesysteem, het zogenaamde "wonderbaarlijke netwerk". Warm slagaderlijk bloed draagt warmte over aan koud aderlijk bloed, dat vervolgens afgekoeld terugkeert naar het lichaam. Dit minimaliseert warmteverlies via blootgestelde ledematen in ijskoud water.
Het gaat dus niet alleen om vet en veren, maar ook om thermoregulatie! Pinguïns kruipen vaak dicht bij elkaar in kolonies, zoals op het eiland Zuid-Georgia, om warmte te behouden en zo zelfs de zwaarste stormen te overleven. Daarom gedijen deze bijzondere vogels zo goed in de barre omstandigheden van Antarctica!
Kies hoe je deze video wilt bekijken